Toepassing

Beregeningswater laten meten

Tuin, kas, sportveld of akker: het water waarmee je beregent bepaalt mede wat er in de bodem gebeurt en hoe lang je installatie meegaat. Meten geeft je die informatie op het moment dat je er nog iets mee kunt — vóór het seizoen.

Voor bron, put, sloot, vijver of bassinMeet vóór het beregeningsseizoenMonsterkit per post, retourlabel inbegrepen

Twee vragen die beregening bepaalt

  • Wat doet dit water met mijn bodem? Zout hoopt zich bij herhaald beregenen op in de bovenste bodemlaag.
  • Wat doet dit water met mijn installatie? IJzer, mangaan en kalk zijn de klassieke oorzaken van verstopte sproeiers en druppelaars.

Beide vragen beantwoord je met dezelfde meting.

Waarom meten

Twee risico's die je niet ziet aankomen

Beregeningswater ziet er meestal prima uit. De twee problemen die het vaakst geld kosten, bouwen zich juist geleidelijk op.

Zout in de bodem

Bij beregening verdampt het water, maar de opgeloste zouten blijven achter. Bij herhaald beregenen in een droge periode kan zich zo een zoutophoping vormen in precies de laag waar de meeste wortels zitten.

Geleidbaarheid is de standaardmaat voor die zoutbelasting; chloride vult aan waar het zout vandaan komt. Samen geven ze je een concreet beeld, in plaats van een vermoeden achteraf als de groei tegenvalt.

Verstopping van je installatie

Druppelaars en fijne sproeiers hebben openingen van een fractie van een millimeter. Opgelost ijzer en mangaan slaan na contact met lucht neer, kalk zet af, en zwevende deeltjes doen de rest.

Het resultaat is zelden een storing die je meteen ziet, maar een ongelijkmatige gift die pas opvalt als een deel van het perceel achterblijft. IJzer, mangaan, hardheid en troebelheid laten zien of dat risico speelt.

Type waterbron

Waar beregen je uit?

Het type bron bepaalt vooral hóe vaak meten zinvol is, niet zozeer wát je meet.

Eigen put of bron

Grondwater is relatief stabiel, maar niet constant: stand en samenstelling bewegen mee met het seizoen. IJzer en mangaan zijn hier het grootste aandachtspunt voor je installatie.

Meetritme: jaarlijks vóór het seizoen volstaat meestal.

Sloot, vijver of bassin

Oppervlaktewater beweegt sterk mee met neerslag, verdamping en aan- en afvoer. In een droge zomer kan de zoutbelasting in enkele weken merkbaar oplopen.

Meetritme: twee momenten per seizoen geven hier veel meer inzicht dan één.

Opgevangen regenwater

Doorgaans laag in zouten, maar de opslag bepaalt de rest: dak, goot, filter en tank brengen hun eigen invloed mee, en in een tank die lang stilstaat verandert water.

Meetritme: na aanleg of aanpassing van het systeem, en daarna periodiek.

Leidingwater als aanvulling

Meng je bij of val je in droge perioden terug op het net? Dan is het nuttig om beide te kennen, zodat je weet waar je naartoe schakelt.

Meetritme: beide bronnen in één bestelling met meerdere meetpunten.

Welk pakket

Watermeting Volledig is hier de logische keuze

Waarom Volledig en niet Basis

Voor beregening zijn geleidbaarheid en chloride de twee belangrijkste waarden — geleidbaarheid zit niet in Watermeting Basis; chloride wel. Volledig meet tien waarden en dekt daarmee zowel de bodemvraag (zout) als de installatievraag (verstopping).

Beregen je op meerdere plekken of uit meerdere bronnen, kies dan voor 3, 5 of 10 meetpunten binnen dezelfde bestelling. Je krijgt dan per punt een eigen kolom in je rapport.

Aanbevolen

Watermeting Volledig

Tien waarden, inclusief geleidbaarheid en chloride: de twee kernwaarden voor beregeningswater.

pHHardheidIJzerMangaanNitraatNitrietAmmoniumChlorideGeleidbaarheidTroebelheid

€ 79,99 vanaf, 10 waarden

Wat we niet meten

Eerlijk over de grenzen van deze meting

WAVORA meet de parameters die per watermeting vermeld staan. Waarden die in de landbouw soms ook worden gevraagd — zoals natrium, bicarbonaat, sulfaat, boor, sporenelementen, bestrijdingsmiddelen of microbiologie — zitten daar niet bij. Heb je juist die nodig, bijvoorbeeld voor een bemestingsplan of een certificeringsschema, dan is een gespecialiseerd of geaccrediteerd laboratorium de juiste route. Dat zeggen we liever vooraf.

Beregen je met oppervlaktewater voor gewassen die rauw worden gegeten, of werk je onder een certificeringsschema? Dan gelden daar vaak eigen eisen aan wateronderzoek, inclusief microbiologie. Onze meting vervangt dat niet.

Veelgestelde vragen

Over beregening en meten

Welke watermeting past bij beregeningswater?

Watermeting Volledig, omdat daar de waarden in zitten die bij beregening het meeste vertellen: geleidbaarheid, chloride, hardheid en pH, aangevuld met ijzer en mangaan die verstopping van sproeiers en druppelaars kunnen veroorzaken. Watermeting Basis meet wel chloride, maar geen geleidbaarheid en is voor beregening daarom minder geschikt.

Meten jullie natrium, bicarbonaat of de SAR-waarde?

Nee. Die waarden zitten niet in onze pakketten. Voor een volledige irrigatiewateranalyse met natrium, bicarbonaat, sulfaat en afgeleide kengetallen kun je terecht bij een gespecialiseerd landbouwlaboratorium. Onze meting geeft je een praktisch beeld van de zoutbelasting en de verstoppingsrisico's, en is een goed startpunt om te bepalen of verdergaand onderzoek zinvol is.

Wanneer meet ik het best in het seizoen?

Bij voorkeur vóór het beregeningsseizoen begint, zodat je de uitkomst nog kunt meenemen in je planning. Wil je het beeld compleet maken, meet dan een tweede keer aan het eind van een droge periode: dan kan de zoutbelasting van oppervlaktewater en ondiepe bronnen hoger zijn.

Ik beregen uit een sloot. Is dat hetzelfde als bronwater?

Nee. Oppervlaktewater beweegt veel sterker mee met neerslag, verdamping en aan- en afvoer dan grondwater. Bij een sloot of vijver is één meting dus echt een momentopname; herhalen op verschillende momenten levert daar meer op dan bij een diepe bron. Houd er bovendien rekening mee dat wij niet op microbiologie meten.

Kan ik beregeningswater en drinkwater in één bestelling laten meten?

Ja. Kies dan een pakket met 3, 5 of 10 meetpunten en neem per punt een aparte fles. Noteer duidelijk welke fles bij welk punt hoort; in je rapport krijgt elk meetpunt een eigen kolom, zodat je ze naast elkaar kunt leggen.

Meet vóór het seizoen begint

Dan heb je de uitslag op het moment dat je er nog iets mee kunt: bij het inrichten van je beregeningsplan, niet als de groei al tegenvalt.